naar top
Menu
Logo Print
03/01/2019 - ELISE NOYEZ

NAAR EEN OPTIMAAL AKOESTISCH COMFORT

DE BELANGRIJKSTE PARAMETERS INZAKE NAGALM

Het streven naar akoestisch comfort is een veelzijdige uitdaging. Het houdt onder andere in dat geluid van buiten door middel van gevelisolatie of een ontdubbelde gevel wordt afgewend en dat ook de overdracht van geluid van de ene ruimte naar de andere tot een minimum wordt beperkt. Maar ook binnen één enkele ruimte zijn er aandachtspunten. Daar moet het geluid zich immers op een manier verspreiden die aangepast is aan de functie van de ruimte. 

nagalm, akoestiek
In een refter of cafetaria is doorgaans erg veel lawaai (foto's Rockfon)
akoestiek, nagalm
In bibliotheken mogen bezoekers niet door lawaai afgeleid worden

PARAMETERS

Om het akoestisch comfort binnen een ruimte te voorspellen en omschrijven, wordt gebruikgemaakt van verschillende parameters. Deze worden onder andere omschreven in de internationale norm EN-ISO 3382-3 en kunnen aan de hand van numerieke berekeningen of 3D-simulaties bepaald worden.

Nagalmtijd (RT)

Een basisparameter bij het evalueren van het akoestisch comfort in een ruimte is de nagalmtijd of reverberation time (RT). Deze beschrijft hoe lang een geluid hoorbaar blijft nadat de geluidsbron zelf al gestopt is. In principe wordt het uitgedrukt als de tijd, in seconden, die nodig is om een geluidsafname van 60 dB te realiseren, maar er wordt in bepaalde sectoren ook gesproken over T30. Dit is de reverberation time RT, gemeten over de eerste 30 dB en vervolgens geëxtrapoleerd naar 60 dB. De nagalmtijd, zoals gehanteerd in de nieuwe norm, is een nominale nagalmtijd, dus een gemiddelde van frequentiebanden.

De streefwaarden voor de nagalmtijd zijn afhankelijk van het type ruimte. In klaslokalen streeft men naar een waarde lager dan 0,5 s; in kantoren naar waarden tussen 0,8 en 1,2 s. Voor kleine vergaderzalen gelden opnieuw strengere eisen, tot 0,5 s.

Een eenvoudige manier om de nagalmtijd te berekenen is met de formule van Sabine. Deze stelt:
T = 0,16 x V/(S x α)

akoestiek, scholenbouw, nagalmtijd, spraakverstaanbaarheid
In klaslokalen is de spraakverstaanbaarheid een cruciaal aandachtspunt. De leraar of lerares moet immers overal duidelijk verstaanbaar zijn (foto Knauf)

Spraakverstaanbaarheid (STI)

Naast de nagalmtijd dient men in de meeste gebouwen ook bijzondere aandacht te besteden aan de spraakverstaanbaarheid of speech transmission index (STI). Dit heeft niet zozeer betrekking op het geluid in se, maar, zoals de term zelf zegt, op hoe goed gesprekken verstaan kunnen worden. De STI wordt uitgedrukt in een waarde tussen 0 (slecht) en 1 (goed), en er wordt een onderscheid gemaakt tussen STI(nearest) en STI(average).

Idealiter is er op plaatsen voor vergaderingen en groepsgesprekken een goede spraakverstaanbaarheid, maar kunnen de gesprekken buiten die specifieke zone niet meer gevolgd worden. Er moet met andere woorden een evenwicht gevonden worden tussen een goede spraakverstaanbaarheid dichtbij (> 0,6) en een slechte spraakverstaanbaarheid vanop een bepaalde afstand (< 0,5).

Het is echter zo dat de nagalmtijd en de spraakverstaanbaarheid omgekeerd evenredig zijn. Hoe minder galm, hoe beter gesprekken verstaan kunnen worden. Het is dan ook niet altijd evident om tussen deze 2 tegenstrijdige parameters een evenwicht te vinden.

Signaal-ruisverhouding

Het signaal (S), dat overeenkomt met het stemgeluid van de spreker, kan overstemd worden door het achtergrondniveau, dat men gelijk kan stellen aan de ruis (R) en dat installatielawaai, burenlawaai, buitenlawaai en lawaai van andere personen omvat. Ideaal is een S/R-verhouding van minstens 10 dB.

Diffusie

Onder diffusie verstaat men de mate waarin geluidsgolven verstrooid worden. Naarmate de diffusie stijgt, zal het geluid minder ver dragen en de spraakverstaanbaarheid dalen.

Odeon, akoestiek, simulaties, nagalm
De akoestische prestaties in een ruimte kunnen aan de hand van 3D-simulaties berekend worden

METEN OF VOORSPELLEN?

Om de conformiteit met de vooropgestelde normen en eisen inzake nagalm te staven, heeft de ontwerper twee opties: ofwel toont hij de conformiteit aan via een studie, ofwel via in situ metingen bij oplevering. Hierbij wordt in de onbemeubelde en onbezette schoolruimte nagemeten of de ruimte effectief voldoet aan de normen inzake nagalmtijd. We spreken hier dus over een resultaateis. De eisen worden 10% strenger, indien de lokalen bemeubeld zijn, en er wordt een evaluatiemarge van 10% gehanteerd. Om te slagen, moet de gemeten nominale nagalmtijd kleiner dan of gelijk zijn aan de geëiste referentienagalmtijd voor een bepaald type lokaal.

HOE REALISEREN?

Om deze aspecten ook effectief in de realiteit toe te passen, is het belangrijk dat u zich ervan bewust bent dat zowel de geometrie van de ruimte als het materiaalgebruik een bepalende invloed hebben op de hierboven vermelde parameters. Hier gaan we dieper in op deze cruciale invloedsfactoren.

Onthoud ook dat bepaalde architecturale trends het u danig moeilijk kunnen maken. Hier leest u welke uitdagingen bijvoorbeeld door betonkernactivering gesteld worden, en welke specifieke oplossingen er in zo'n geval voorhanden zijn.