naar top
Menu
Logo Print
28/05/2019 - ELISE NOYEZ

EEN GEBOUW IS EEN MATERIALENBANK; GEEN AFVALBRON

LESSEN EN VRAGEN OVER CIRCULAIR BOUWEN TIJDENS KENNISEVENT BUILDUP

Is het de nasleep van de klimaatbetogingen of het groeiende besef van de eindigheid van onze grondstoffen? Het begrip circulair bouwen is de voorbije maanden in ieder geval een hot topic, al is de invulling ervan niet altijd even eenduidig. Kenners en pioniers verzamelden daarom op 23 mei op Campus Schoonmeersen in Gent om een aantal centrale thema’s te benoemen, van vraagstukken rond herbestemming, sloop en hergebruik van materialen, tot oplossingen voor een veranderingsgerichte ontwerppraktijk én de praktische complexiteiten daarvan. BuildUp Circulair Bouwen in vijf vragen en twee projecten.

1. AFBREKEN OF HERBESTEMMEN?

Het is u niet onbekend: het streven naar energie-efficiëntie in de bouw gaat de voorbije jaren steeds vaker gepaard met de roep om vervangingspremies en een verlaagd btw-tarief voor sloop en heropbouw. In veel steden en gemeenten is dat alles al een realiteit. Tijdens BuildUp rees echter meermaals de vraag of we daarmee wel degelijk de voet­afdruk van ons patrimonium verlagen.

Het is een van de kwesties waarop de online tool TOTEM (Tool to Optimise the Total Environmental impact of Materials) een antwoord probeert te bieden. “De ambitie van TOTEM is duidelijk,” zegt ir. Roos Servaes (OVAM): “meten is weten. Door de milieu-impact van een gebouw al in de ontwerpfase te kwanti­ficeren, willen we beslissingen faciliteren en uiteindelijk naar een materiaalbewustere bouwpraktijk evolueren.”

BuildUp 2019, Circulair bouwen, Roos Servaes, TOTEM, OVAM

Het is een van de kwesties waarop de online tool TOTEM (Tool to Optimise the Total Environmental impact of Materials) een antwoord probeert te bieden. “De ambitie van TOTEM is duidelijk,” zegt ir. Roos Servaes (OVAM): “meten is weten. Door de milieu-impact van een gebouw al in de ontwerpfase te kwanti­ficeren, willen we beslissingen faciliteren en uiteindelijk naar een materiaalbewustere bouwpraktijk evolueren.”

"De milieu-impact van een renovatie mag niet enkel op basis van het energieverbruik beoordeeld worden; ook het materiaalgebruik speelt een rol" (ir. Roos Servaes, OVAM)

Om die milieu-impact te bepalen, houdt TOTEM rekening met maar liefst 17 milieu-impactindicatoren. “Tien meer dan de huidige Europese normen voorschrijven”, weet Servaes. “Door weging van die indicatoren kunnen we de cradle-to-grave cyclus van de materialen enerzijds – van ontginning over transport, verwerking, onderhoud en uiteindelijk afvalverwerking – en de energie-impact van het gebouw anderzijds monetariseren, en dat steeds binnen de specifieke, functionele context van een gebouw met een levensduur van 60 jaar.” Dat laat dan weer toe om diverse scenario’s (een beperkte renovatie, een grondige renovatie en sloop en nieuwbouw, bijvoorbeeld) en de milieukosten gelinkt aan energie enerzijds en materiaalgebruik anderzijds ten opzichte van elkaar af te toetsen.

Waar TOTEM voorlopig nog geen rekening mee houdt, echter, is het hergebruik van bepaalde materialen. “Het kwantificeren van een tweede en eventueel derde levenscyclus is nog erg complex”, zegt Servaes. “Ook op Europees niveau is er nog heel wat discussie over. De waarde van hergebruik moet op dit moment vooral kwalitatief bekeken worden.”

CIRCULAR RETROFIT LAB

BuildUp, Circulair bouwen, Circular Retrofit Lab, VUB

Het Circular Retrofit Lab op de campus van de Vrije Universiteit Brussel is een van de Europese pilootprojecten waarin het concept van circulair bouwen tastbaar gemaakt wordt. “In eerste instantie worden acht studentenkamers op een circulaire manier gerenoveerd”, zegt ir. arch. Stijn Elsen (VUB). “In de toekomst zullen ook de 300 overige volgen.” Daartoe wordt gewerkt aan aanpasbare modules die gedurende hun levensduur verschillende functies kunnen vervullen, zonder daarvoor veel bouwafval te creëren.

Door mee te denken over aanpasbare en demonteerbare bouwoplossingen, dragen verschillende industriële partners, waaronder Gyproc, Isover en Saint-Gobain building glass, bij aan het project. “Momenteel ontwikkelen we de bouwsystemen voor de toekomst”, zegt  Key Account Manager Industry & Prefab Herman Van der Schoepen (Saint-Gobain Group). “Daartoe zetten we onder andere in op het op maat maken van bouwsystemen, zoals de twee demonteerbare systeemwanden die in dit project geïntegreerd werden.“

2. HOE SLOOP IN GOEDE BANEN LEIDEN?

Om van een tweede levenscyclus te kunnen spreken – een kerngedachte binnen het circulair bouwen, aangezien de meeste bouwmaterialen bij afbraak of renovatie nog niet het einde van hun technische levensduur bereikt hebben – is het in de eerste plaats noodzakelijk dat materialen op een bewuste manier afgebroken worden. “Sloop moet even gedetailleerd en gestandaardiseerd aangepakt worden als de bouw zelf”, meent ir. arch. Jona Van Steenkiste (Bureau Bouwtechniek). En dat begint bij het bestek. “Op gebied van afbraak zijn bestekken doorgaans erg summier. Informatie over hoe een gebouw gesloopt moet worden en welke waardevolle elementen er aanwezig zijn, ontbreekt, met als gevolg dat dergelijke zaken te laat ontdekt worden, er financieel geen voordeel uit gehaald kan worden en er eventueel discussies ontstaan."

BuildUp, Circulair bouwen, Jona Van Steenkiste, Bureau Bouwtechniek"Om dat te vermijden, stellen wij vandaag, in samenspraak met diverse sloopfirma’s, afval­fiches op voor de materialen die wij in een gebouw waardevol achten. Daarin worden onder andere het materiaal en de methodieken voor demontage, opslag en recyclage/hergebruik omschreven, alsook de normen waaraan het oorspronkelijk voldeed en waaraan het vandaag moet voldoen. We gaan ook niet meer uit van een totaalprijs voor de sloop, maar vragen van de inschrijvers een gedetailleerde prijs, opdat ook wij meer kennis kunnen opdoen omtrent de waarde van be­paalde elementen. Ten slotte stel­len we ook een aantal bijkomende eisen inzake afvalbeheer.”

"Sloop moet in principe even gedetailleerd en gestandaardiseerd gebeuren als de bouw zelf" (ir. arch. Jona Van Steenkiste, Bureau Bouwtechniek)

Of aan­nemers en andere bouwactoren zich daar effectief toe geroepen voelen, is nog de vraag. “Door een verklarend hoofdstuk toe te voegen, hopen we onze bouwpartners in ieder geval de juiste context mee te geven. Het is aan ons om het voortouw te nemen.”

RESTSTROMEN KRIJGEN PLAATS IN DE PRODUCTIE VAN NIEUWE GIPSPLATEN

Tijdens BuildUp stellen ook enkele fabrikanten hun circulaire oplossingen voor. Zo vertelt Ton Bouw, technisch directeur van Fermacell, in een korte video hoe verschillende reststromen – oud papier, gipsafval uit de bouw én resten en overschotten van de eigen gipsplaten – in de productie van nieuwe gipsplaten een plaats krijgen, alsook hoe water en warmte in het proces optimaal benut worden.

3. WAT ZIJN RELEVANTE HERGEBRUIKPRAKTIJKEN?

Nieuw is het principe van afbraak en hergebruik nochtans niet. “Tot de negentiende eeuw werden gebouwen die voor afbraak bestemd waren, per opbod verkocht”, vertellen ir. Lionel Billiet en ir. arch. Arne Vande Cappelle (Rotor). “De mate­rialen waren namelijk zoveel waard dat er nog een aardig centje aan verdiend kon worden.”

BuildUp, Circulair bouwen, Lionel Billiet, RotorVandaag liggen de kaarten enigszins anders. “De hergebruiksector bestaat nog steeds,” vervolgt Vande Cappelle, “maar de gekende invulling daarvan – waarbij de focus in de eerste plaats ligt op unieke elementen zoals rustieke eiken deuren … – beweegt zich in de marge en verkeert vanwege onder andere een dalende vraag steeds meer in moeilijkheden.” “Het is dus zaak om na te gaan welke praktijken relevant zijn en welke niet, zowel op technisch als op economisch vlak”, voegt Billiet toe.

"Het optimaal hergebruik van materialen is zowel een technisch als een economisch vraagstuk" (ir. Lionel Billiet, Rotor)

De circulaire gedachte sijpelt in ieder geval al in bepaalde lagen van de hergebruiksector door. “Hier en daar duiken handelaars op die zich specialiseren in eenvoudige elementen zoals dakramen of stalen buizen,” aldus Vande Cappelle, “en dat leidt heus niet alleen tot pallettenarchitectuur.” “Zo werden bij de renovatie van de voormalige Philips-toren in Brussel niet alleen tal van afwerkingsmate­rialen gerecupereerd, ze creëerden ook een architecturale meerwaarde”, verduidelijkt Billiet. “En dat geldt ook voor het voormalige RTT-gebouw in Laken, waar de bestaande Cerabati-vloertegels manueel uitgebroken, gereinigd en uiteindelijk op dezelfde locatie, maar in een licht gewijzigd patroon, her­gebruikt werden.”

BuildUp, Circulair bouwen, Kaseco, Koen Vandewalle

AUTONOME BIO-ECOLOGISCHE KASWONING KASECO

“Het is tijd voor verandering”, weet ook arch. Koen Vandewalle. “We moeten de BEN-woning achter ons laten en evolueren naar energieneutrale of -genererende woningen. En dat betekent dat we de manier waarop we gebouwen concipiëren, moeten herdenken.” Met zijn eigen bio-ecologische kaswoning Kaseco geeft Vandewalle in ieder geval de voorzet.

“De woning bestaat uit een supergeïsoleerd, compact beschermd volume enerzijds, ideaal gepositioneerd op het terrein, en een serre anderzijds. Die laatste zorgt voor een microklimaat rondom de woning en maakt onder andere voedselproductie en optimaal gebruik van regenwater mogelijk.” De woning is zo volledig autonoom wat betreft waterverbruik, alsook inzake gas en elektriciteit.

“Autonomie en energiezuinigheid zijn twee cruciale pijlers,” zegt Vandewalle; “circulariteit is de derde. We maken daarom zo veel mogelijk gebruik van bio-ecologische bouwmaterialen, bij voorkeur in hergebruik of herbestemming. De houtskeletstructuur en houten ramen van het beschermde volume zijn bijvoorbeeld afgetapet met cellulose, wat na afbraak gewoon versnipperd en in de tuin achtergelaten kan worden. Enkel voor de sokkel/kelder moesten we vanwege de bodemtoestand werken met een traditionele betonconstructie. Maar ook daar maakten we gebruik van circulair beton waarvoor geen verse grondstoffen werden ontgonnen. Door de sokkel langs buiten te isoleren en de panelen simpelweg tussen grond en beton te klemmen, kunnen zij later bovendien eenvoudig hergebruikt worden.“

4. HOE VERANDERINGSGERICHT BOUWEN?

“We moeten inderdaad streven naar her­gebruik”, beaamt prof. dr. ir. arch. Mieke Vandenbroucke (Vibe vzw). “Echter, de huidige hergebruikpraktijken richten zich bijna uitsluitend op nicheproducten die enkel met arbeidsintensieve ingrepen gerecupereerd kunnen worden, en dat is op lange termijn onhoudbaar. In onze huidige bouwpraktijk is het daarom cru­ciaal dat we gebouwen meteen met het oog op transformatie ontwerpen.”

BuildUp, circulair bouwen, VIbe, Mieke VandenbrouckeDat vraagt volgens Vandenbroucke ingrepen op diverse niveaus, waaronder de keuze voor flexibele planindelingen die losstaan van de structuur, voor recycleerbare materialen en omkeerbare verbindingen, en voor eenvoud in de opbouw van ele­menten, opdat de demontage ook op een later tijdstip – wanneer documentatie eventueel verloren is gegaan – nog zonder pro­blemen of materiaalverlies kan gebeuren.

"Gebouwen moeten meteen met het oog op transformatie en afbraak ontworpen worden" (prof. dr. ir. arch. Mieke Vandenbroucke, Vibe)

“Deze ontwerprichtlijnen zijn gebundeld in de Ontwerpfiches Veranderingsgericht Bouwen van OVAM,” verduidelijkt Vandenbroucke, “en sinds kort is er ook een bijhorende Catalogus beschikbaar. Die geeft een overzicht van zowel generieke als specifieke oplossingen voor demonteerbare elementen die vandaag voorhanden zijn. Op die manier willen we niet alleen producenten aansporen om meer oplossingen te ontwikkelen, maar zeker ook ontwerpers overtuigen om ze vaker toe te passen.”

BANDRASTEROPLOSSING KAN IN PLAFONDS GEÏNTEGREERD WORDEN

Tijdens BuildUp stellen ook enkele fabrikanten hun circulaire oplossingen voor. Ook voor Dominiek Callewier, managing director van AVC Gemino, is de circulaire gedachte niet nieuw. “Wij hebben al heel lang de ambitie om adaptieve oplossingen te ontwikkelen”, zegt hij in een video. Als concreet voorbeeld geeft hij de bandrasteroplossing, die in allerlei plafondtypes geïntegreerd kan worden.

5. HOE GAAT DAT DAN IN DE PRAKTIJK?

In het kader van het Europese BAMB-project (Buildings as Material Banks) beproeven zes pilootprojecten in vier Europese landen alvast de praktische implementatie van veranderingsgericht of circulair bouwen (zie ook kader Circular Retrofit Lab). Dr. ir. arch. Wim Debacker (VITO) trekt uit die ervaring verschillende lessen.

BuildUp, circulair bouwen, VITO, Wim Debacker“In één opzet zijn we onmiskenbaar geslaagd”, zegt Debacker. “We hebben het afval in elk project met 75% à 99% gereduceerd, zelfs bij de transformatie van een gebouw. Daarnaast zagen we dat in verschillende projecten regelmatig gelijkaardige oplossingen werden aangewend, en ten slotte hebben we zoveel data verzameld dat de life cycle analysis (LCA), en uiteindelijk ook de samenwerkingsverbanden, verder geoptimaliseerd kunnen worden."

"Het circulaire is nooit de enige vereiste. Elk project moet ook aan de technische eisen inzake luchtdichtheid, akoestiek, thermische prestaties ... voldoen" (Wim Debacker, VITO)

"Even opvallend is echter ook de tijd die het allemaal gevergd heeft. Bij vijf van de zes pro­jecten kon pas na drie jaar tot bouw overgegaan worden.” De redenen daarvoor zijn volgens Debacker divers. “Ten eerste is de regelgeving vandaag een belangrijke rem. Bouwvergunningen zijn immers niet vanuit de transformatiegedachte opgesteld, en bij elke aanpassing is dus een nieuwe vergunning (en vergunningsprocedure) nodig."

"Ten tweede vergt de detaillering vaak nog heel wat bijkomend onderzoek. Het circulaire is nu eenmaal slechts één voorwaarde. Daarnaast moet alles ook aan de eisen inzake luchtdichtheid, akoestiek, ther­mische prestaties … voldoen. En die oplossingen zijn niet altijd voorhanden."

"Ten derde, en zeker niet te onderschatten, zijn er bij zo’n project heel wat verschillende partners betrokken. Om hen allemaal op dezelfde lijn te krijgen, is niet alleen overleg nodig, maar doorgaans ook een herziening van bepaalde rollen en samenwerkingsverbanden.”

GREEN DEAL CIRCULAIR BOUWEN

De ondertussen zevende editie van BuildUp vond plaats in samenwerking met de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM), en dat in het kader van de tweede inspiratiedag voor de Green Deal Circulair Bouwen.

Die Green Deal is een gezamenlijk engagement van ruim 300 partijen in de Vlaamse bouwsector – van bouwbedrijven over bouwmateriaalproducten tot overheden en onderzoekers – waarin het streven naar de implementatie van circulair bouwen in Vlaanderen vooropstaat. Dat gebeurt door de uitbouw van een lerend netwerk: de deelnemers engageren zich niet alleen om tijdens de looptijd van de Green Deal een pilootproject uit te werken, maar tevens om actief deel te nemen aan kennisuitwisseling en experiment. Ook Profes­sional Media Group onder­tekende de Green Deal en leverde met de organisatie van BuildUp alvast haar eerste bij­drage aan het vierjarige leer­traject.