naar top
Menu
Logo Print

PRAGMATISCHE AANPAK EPB: TECHNIEKEN

Naar aanleiding van de grote onduidelijkheid en verwarring over de EPB-regelgeving, stelt energieconsulent Luc Dedeyne een pragmatische aanpak voor, gebaseerd op een eenvoudige en eenduidige checklist. “In plaats van alles te moeten narekenen in de EPB-software, heeft men in deze methode voldoende aan een rekenblad en een checklist. We gaan nog steeds uit van de bestaande eisen inzake bijvoorbeeld U-waarden en bouwknopen, voor de producttabellen baseren we ons enkel en alleen op de EPBD-databank én we ondersteunen alle relevante STS'en. Alleen proberen we het aantal variabelen in de berekeningen te reduceren en worden complexe vraagstukken zo veel mogelijk tot eenduidige keuzes herleid." Dit artikel gaat dieper in op de eisen en veronderstellingen voor de technieken; andere artikels spitsen zich toe op de bouwschil en het aandeel hernieuwbare energie.

VEREENVOUDIGING

“Wat de technieken betreft, wordt er in deze methode erg vereenvoudigd", stelt Dedeyne. “Op dit vlak maakt de huidige regelgeving het de bouwprofessional soms namelijk absurd moeilijk. Zo mag je bij vloerverwarming pas een regime van 45-35 °C in rekening brengen als je een gedetailleerde berekening van je warmteverliezen voorziet, plús een volledig legplan, alle details in verband met de dimensionering enzovoort. Dat is enorm veel werk, terwijl in de praktijk quasi alle systemen op dat regime werken. In de pragmatische methode laten we al die berekeningen daarom voor wat ze zijn, en volgen we in eerste instantie de Europese regelgeving. Voldoet een product aan de Europese eisen - eisen die nota bene steeds strenger worden - dan komt het ook hier in aanmerking. Zolang een product over een label en een productfiche beschikt, doet het er met andere woorden niet toe over welke techniek het gaat, al gelden er voor verschillende technieken wel verschillende eisen."

VERWARMING

“Voor de verwarming stellen we in eerste instantie dat de seizoensgebonden energie-efficiëntie voor de ruimteverwarming van het product niet lager mag liggen dan 90% en dat de energie-efficiëntie voor de productie van sanitair warm water minimaal 80% moet bedragen", aldus Dedeyne.

“Afhankelijk van de gekozen techniek gelden er dan bijkomende eisen:

  • kiest men voor een warmtepomp, dan moet deze gecombineerd worden met oppervlakteverwarming. In één ruimte mag men hier evenwel van afwijken: zo is het bijvoorbeeld interessant om in de badkamer elektrische verwarming te voorzien, eventueel in combinatie met een bewegingssensor, zodat deze ruimte steeds snel en voldoende opgewarmd kan worden;
  • opteert men daarentegen voor een condenserende gasketel, dan dient men daarnaast gebruik te maken van een zonneboiler, met een paneeloppervlakte van minimaal 2,5% van de vloeroppervlakte, of van een warmtepompboiler."

VENTILATIE

“Ook voor de ventilatie komt het allemaal uiteindelijk neer op een 'of-of'-verhaal", vervolgt Dedeyne. “Ofwel maakt men gebruik van een vraaggestuurd systeem C, ofwel van een ventilatiesysteem D. Welk product daarvoor gekozen wordt, is aan de bouwheer, aannemer of architect. Zolang het maar in de EPBD-database is opgenomen."

De eisen inzake het ventilatievoorontwerp en het prestatieverslag, beide conform STS-P 73.1, blijven wel gelden. Dat betekent ook dat alle debieten gemeten moeten worden.