naar top
Menu
Logo Print
Artikel - 29/11/2017

WAT U MOET WETEN OVER DE NIEUWE WETGEVING OVERHEIDSOPDRACHTEN

Meer kansen voor kmo's en meer flexibiliteit voor de besturen

Sinds 30 juni 2017 geldt een gewijzigde wetgeving rond overheidsopdrachten. Naast enkele terminologische aanpassingen, valt vooral op dat de wetgever aan de ene zijde meer kansen wil bieden aan kleinere kmo's, en aan de andere zijde extra flexibiliteit wil verlenen aan de opdrachtgevende besturen. Om enige duidelijkheid te scheppen in wat er nu precies veranderd is, organiseerde Bouwunie een aantal studienamiddagen in samenwerking met de specialisten van GSJ Advocaten. Uw vakblad was erbij en zet voor u de meest markante zaken op een rijtje.

OPDRACHTEN GEPUBLICEERD NA 30 JUNI 2017

Nadia Schepens (Bouwunie): “E-procurement wordt hoe langer hoe meer de norm”In haar inleiding benadrukte Nadia Schepens, juridisch adviseur bij Bouwunie, eerst en vooral dat de vernieuwde wetgeving enkel en alleen geldt voor overheidsaanbestedingen die gepubliceerd zijn na 30 juni 2017. Alle opdrachten die voordien bekendgemaakt zijn en die vandaag nog lopen, vallen dus onder de 'oude' regelgeving. Vervolgens zette ze de krachtlijnen van de aangepaste wetgeving uit: “Eerst en vooral wil de wetgever meer kansen bieden aan kleinere kmo's. Zo wordt het opdelen van aanbestedingen in kleinere 'percelen' de norm. Besturen die dit niet doen, moeten dit uitdrukkelijk motiveren in hun aanbesteding. Bovendien kan het bestuur stipuleren dat een bedrijf enkel maar mag inschrijven voor een beperkt aantal percelen. Zo vermijdt men dat alle percelen aan dezelfde inschrijver toegewezen worden. Ten tweede voorziet de wetgever heel wat extra flexibiliteit voor de besturen. De termijnen voor het indienen van een offerte zijn verkort, de voorwaarden om een onderhandelingsprocedure te mogen opzetten, zijn beter omkaderd, en na het gunnen van de opdracht kunnen er desgewenst nog heel wat wijzigingen aangebracht worden. Vooral wat dit laatste betreft, is het oppassen geblazen voor de inschrijvers!" Andere opvallende veranderingen zijn de nieuwe terminologieën omtrent de gunningswijzen (zie kaderstuk), de verdere aanmoediging van E-procurement, de mogelijkheid om labels en keurmerken als voorwaarde op te nemen in de aanbesteding, de versoepeling van de gunningscriteria, de uitbreiding van de uitsluitingsgronden voor inschrijvers, en aldus ook het opvoeren van de strijd tegen fraude en sociale dumping.

PLAATSING VAN OVERHEIDSOPDRACHTEN

Meester Joris Wouters (GSJ Advocaten): “Overheden krijgen meer ruimte en slagkracht om in onderhandeling te treden met de inschrijvers”Meester Joris Wouters van GSJ Advocaten zette de presentatie verder met het in detail overlopen van de nieuwe spelregels omtrent de plaatsing van overheidsopdrachten. “Opvallend is dat, wat betreft de gunningswijzen, hoewel we hier te maken krijgen met heel wat nieuwe terminologie (zie o.a. kaderstuk hiernaast), er eigenlijk in se niet zo veel gewijzigd is. Wel merken we een voortzetting van de tendens om een aanbesteding niet louter op basis van 'prijs' toe te kennen. In de nieuwe wetgeving spreekt men eerder van de 'economisch meest gunstige' offerte. Factoren zoals onderhoudskosten, levensduur, invloeden op milieu (bv. LCA-cyclus van bepaalde producten, enz.) mogen, mits beschreven in de aanbesteding, eveneens in rekening gebracht worden."

Betere omkadering voor de gunningsprocedure met onderhandeling

“Overheden krijgen ook meer ruimte en slagkracht om in onderhandeling te treden. De voorwaarden om een dergelijke procedure op te starten zijn vandaag ruimer en beter geformuleerd. Het is duidelijk dat de wetgever hier in de kaart speelt van de besturen, die op die manier het aanbestedingsproces meer naar hun hand kunnen zetten. Maar ook de aannemer die inzet op kwaliteit, kan er uiteraard zijn voordeel mee doen."

Extra kansen voor kleine kmo's

“Naast de ingevoerde 'perceleringsdwang', waarbij overheden per default grotere werken moeten opdelen in kleinere 'percelen', tenzij anderszins gemotiveerd, biedt natuurlijk extra kansen voor de kmo's. Een andere wijziging ten goede van de kleinere bedrijven is het optrekken van het aanbestedingsplafond voor opdrachten met een beperkte waarde. Vroeger kon een overheid een werk met een waarde niet hoger dan 8.500 euro rechtstreeks en zonder enige procedure toewijzen aan een aannemer naar keuze. Vandaag wordt dit plafond opgetrokken tot 30.000 euro (excl. btw), op basis van aanvaarde factuur."

ALGEMENE UITVOERINGSREGELS

Meester Christophe Lenders (GSJ Advocaten): “Het is duidelijk dat overheden steeds meer risico’s naar de aannemers willen doorschuiven”Tot slot was het aan meester Christophe Lenders om op bijzonder geanimeerde wijze de wijzigingen m.b.t. de algemene uitvoeringsregels uit de doeken te doen. “De algemene uitvoeringsregels zijn van rechtswege geldig voor alle aanbestedingen geraamd op meer dan 30.000 euro (excl. Btw). Beneden dit bedrag zijn ze niet van toepassing, tenzij dit expliciet zo in de aanbesteding gestipuleerd wordt."

Besturen kunnen vlot wijzigingen aanbrengen

“De belangrijkste verandering is dat de wetgever de besturen veel meer vrijheid geeft om wijzigingen aan te brengen. Dit kan in 'behoorlijk verantwoorde gevallen', of wanneer de wijziging een 'noodzakelijk karakter' in zich draagt. Voor bepaalde zaken kunnen wijzigingen zelfs 'zomaar' doorgevoerd worden. Het is m.a.w. oppassen geblazen voor de inschrijver! Het gaat hier immers over aanpassing van de opdracht, prijzen, leveringstermijnen, schadeclaims, boetes, enzovoort. U zal het maar meemaken dat in de uitvoeringsfase de opdrachtgever plots beslist om de spelregels te veranderen! Wel is het zo dat de mogelijkheden om wijzigingen aan te brengen, steeds expliciet vermeld moeten staan in de aanbesteding. Lees als inschrijver dus steeds goed de kleine lettertjes, en verbreek eventueel het contract wanneer u denkt dat effectief doorgevoerde wijzigingen nadelig kunnen uitpakken voor u."

Risico's doorschuiven naar de aannemers

Christophe Lenders: “De wetgeving rond de overheidsopdrachten is in permanente juridische evolutie, en het is duidelijk dat overheden steeds meer risico's naar de aannemers willen doorschuiven. Dit past ook binnen de ontwikkeling van PPS als het geliefkoosde investeringsinstrument voor overheden. Hoe ver deze evolutie ons in de praktijk precies zal brengen, valt uiteraard nog af te wachten."