"Dankzij specialisatie staan we sterker in een complexe markt"
Hoe Holvoet Gebroeders zich heruitvond als totaalaannemer
Holvoet Gebroeders is al lang meer dan een klassieke schrijnwerkerij. Met totaalprojecten en technische deuren als speerpunten bouwde het bedrijf een duidelijke positie uit. Een dubbelinterview met medezaakvoerders Frederick Cornillie en Dieter Vandewege over ondernemen in een veranderende bouwsector.
Professionele structuur
Holvoet Gebroeders heeft zijn naam niet gestolen. In 1986 wordt de schrijnwerkerij opgericht door de vier broers Holvoet. Aanvankelijk focust het bedrijf op buitenschrijnwerk en kapconstructies in massief hout, maar doorheen de jaren verschuiven de activiteiten naar interieurbouw.
In 2015 neemt de tweede generatie Holvoet het roer van de schrijnwerkerij over. Kort daarop stappen ook Dieter Vandewege (2016) en Frederick Cornillie (2017) in het verhaal als medezaakvoerders. "Sindsdien hebben we het bedrijf omgevormd tot de professionele structuur die het vandaag heeft", vertelt Frederick Cornillie.
Die professionele structuur, met behoud van het familiale karakter, vertaalt zich in een volwaardige backoffice met onder meer administratie, projectcoördinatie, calculatie en boekhouding. "Daardoor nemen we veel meer een coördinerende rol op."
Totaalprojecten
Holvoet werkt rond twee grote segmenten: technische deuren en totaalafwerking. Die laatste afdeling is deels ontstaan uit frustratie. "We waren actief in dossiers waarin we bijvoorbeeld alleen de deuren of het meubilair uitvoerden. Maar we werden voortdurend geconfronteerd met de gevolgen van de algemene planning", zegt Vandewege.
"We waren een wagonnetje aan een trein en zitten nu in de locomotief"
Hun achtergrond in projectleiding blijkt daarbij een belangrijke troef. "We dachten: waarom niet zelf de leiding nemen over die planning en optreden als totaalaannemer? Zo kregen we meer voorspelbaarheid. We waren een wagonnetje aan een trein, en nu zitten we zelf in de locomotief."
De grootste uitdaging volgens Cornillie? "Klanten ervan overtuigen dat wij dat aankonden. We waren op de markt gekend als een gewone schrijnwerkerij die vooral voor particulieren werkte en kwamen plots naar buiten als aannemer voor de volledige afwerking van grotere B2B-projecten, zoals kantoren. Referenties opbouwen was dus niet evident." Maar dankzij klanten die in het verhaal geloofden, bouwde Holvoet toch een trackrecord op. "De ene referentie brengt zo vaak de volgende mee", vult Vandewege aan.
Hoewel Cornillie en Vandewege ervaring hadden met projectleiding, gold dat niet voor iedereen binnen Holvoet. Daarom bouwde het bedrijf de voorbije acht jaar een volledig team uit dat zulke projecten van begin tot eind kan begeleiden.
Gespecialiseerd in technische deuren
De andere 50 procent van de omzet slaat op het produceren, leveren en plaatsen van technische deuren. "Vroeger was de mindset in de bouw: 'alles wat we zelf doen, doen we beter'. Maar de bouw is zodanig geëvolueerd dat je vandaag niet meer alles even goed kan doen. Iedereen is zich gaan specialiseren", stelt Vandewege.
De zaakvoerders bekeken in welke activiteiten Holvoet zich kon onderscheiden. "Technische deuren sprongen eruit", vertelt Vandewege. Een nichemarkt met behoorlijk wat techniciteit. "Daarbij konden we voortbouwen op de kennis en ervaring die al aanwezig was", vult Cornillie aan.
Een belangrijk verschil is dat Holvoet zich merkonafhankelijk positioneert. "Waar veel concullega's zich aan een bepaald merk van een fabrikant verbinden, beslaan wij de volledige markt", verduidelijkt Vandewege. "Daardoor hebben we een veel groter gamma om aan onze klanten aan te bieden."
Uitdagingen
Niet de productie, maar de complexe regelgeving rond technische deuren vormt volgens de zaakvoerders het huzarenstukje. "De uitdaging zit vooral in het voortraject", stelt Vandewege. "Het probleem is dat er in België zeer weinig is gestandaardiseerd. Bij wijze van spreken begin je bij ieder gebouw opnieuw van een blanco blad." Soms worden verschillende eisen gecombineerd in één deur die technisch haalbaar zijn, maar bijvoorbeeld brandtechnisch niet kunnen worden geattesteerd.
"Het probleem is dat er in België zeer weinig is gestandaardiseerd"
Ook de timing speelt een rol. Voor een deur die pas maanden later wordt geplaatst, moet Holvoet soms vier tot vijf maanden vooraf beslissingen afdwingen. "Voor een bouwheer of architect lijkt dat nog veraf, maar precies daar gaat tijd verloren." Uitstel zet de productietermijn onder druk en verhoogt het risico op fouten of gedeeltelijke leveringen.
"Zelfs voor architecten en studiebureaus is het bijzonder moeilijk om alle vereiste kennis volledig in huis te hebben. Daardoor moeten wij veel dossiers die al in de uitvoeringsfase zitten nog kritisch analyseren", stelt hij. Cornillie vult aan: "Snelheid en techniciteit zijn twee zaken waarin we ons heel sterk proberen te onderscheiden. We worden ook steeds vroeger in projecten betrokken om mee te denken met architecten."
Bij totaalprojecten probeert Holvoet dat voortraject daarom zelf strakker te sturen. Beslissingsmomenten worden vooraf ingepland en de gevolgen van ontbrekende informatie meteen zichtbaar gemaakt.
7.000 deuren
Een opvallende realisatie van Holvoet is het Grand Hôpital de Charleroi, waar Holvoet 7.000 deuren realiseerde. Het is het eerste grote project onder de nieuwe Europese EI1-normering, een primeur in België. "We zaten in een overgang van Belgische naar Europese normering", duidt Vandewege. "Het dossier was oorspronkelijk volgens de Belgische regelgeving geschreven, maar de bouwheer wou het gebouw toekomstbestendig maken en al de Europese normering volgen." Dat had natuurlijk een invloed op de technische details en de prijs. "Daarbovenop zaten we in de nasleep van Covid en speelde de oorlog in Oekraïne, met materiaalproblemen en volatiele prijzen tot gevolg."
Erkenning op de Schrijnwerk Awards
De zaakvoerders staan met hun deelnames aan de Schrijnwerk Awards even stil bij wat Holvoet allemaal heeft gerealiseerd, klinkt het. "Dat doen we in de dagelijkse drukte soms te weinig. Zo'n wedstrijd geeft je een aanleiding om trots te zijn op je werk. Vooral de erkenning voor het team vinden we belangrijk. Daarnaast is het interessant om te zien welke andere projecten geselecteerd worden en welke uiteindelijk winnen", vertellen de medezaakvoerders.
Holvoet nam in in de categorie 'Schrijn- en timmerwerk' deel aan de Schrijnwerk Awards 2025 met het nieuwe studentencentrum van de UGent. Het project omvatte het volledige binnenschrijnwerk: deuren, fineerwanden en scheidingsconstructies. De combinatie van historische restauratie en hedendaagse normering zorgde voor de nodige uitdaging. Daarnaast werd Holvoet genomineerd in de categorie 'Totaalinterieur niet-residentieel' met zijn project La Réserve, het luxehotel in Knokke. Het team realiseerde er maatwerk meubilair, technische deuren, alsook wand- en plafondafwerking.
Investeringen
In 2020 verhuisde Holvoet naar de huidige site in Ingelmunster. De vorige vestiging was organisch gegroeid, maar kampte steeds meer met plaatsgebrek. Op de nieuwe locatie kon Holvoet de productie efficiënter organiseren en een vlottere flow uitbouwen.
Toekomstige investeringen zullen waarschijnlijk vooral gericht zijn op verdere digitalisering. "Digitalisering is voor ons essentieel om sneller te kunnen werken, fouten te verminderen en risico's uit de organisatie te halen", zegt Cornillie. "In het begin sta je dicht bij alles en voel je snel wanneer iets verkeerd loopt. Naarmate je groeit, wordt dat moeilijker", vult Vandewege aan. "Dan heb je tools nodig die risico's zichtbaar maken, zodat je snel kunt ingrijpen."
Bovendien zorgt digitalisering voor efficiëntiewinsten op korte termijn. "Door te digitaliseren, kunnen we onze kennis bundelen, zodat nieuwe medewerkers sneller hetzelfde kunnen als onze ervaren medewerkers", geeft Cornillie aan.
De zoektocht naar werknemers
Geschikte vakmensen vinden wordt steeds moeilijker nu minder jongeren voor een beroep als schrijnwerker kiezen. "Iedereen wordt altijd gestimuleerd om verder te studeren. Dat is op zich een goede zaak, maar de vakmannen verdwijnen daardoor", merkt Vandewege op. "Jongeren die vroeger de eerste van de klas waren, zouden de perfecte ploegbazen kunnen zijn geweest. Nu studeren ze verder en worden ze bijvoorbeeld project- of werfleider."
Volgens Cornillie kan de overheid hier een rol in spelen: "De overheid beschikt over de meeste tools om daar iets aan te doen. Ik ben ervan overtuigd dat dit meer moet worden gestimuleerd." Nog te vaak leeft het idee dat je met je handen gaat werken omdat je op school minder goed presteert. "Dat is een fout beeld dat jongeren meekrijgen. Ook ouders moeten duidelijk maken dat zo'n keuze niet per se slecht is."
Shift in mentaliteit
Ook de verwachtingen rond werk en vrije tijd zijn volgens de zaakvoerders sterk veranderd. "Toen wij begonnen, werden veel overuren gepresteerd en werd er keihard gewerkt. Vandaag is het soms bijna omgekeerd. Wanneer je uitzonderlijk een extra inspanning vraagt, merk je sneller weerstand."
"Work-life-balans is bijna een voorwaarde geworden tijdens een sollicitatiegesprek"
Die mentaliteitswijziging laat zich ook voelen tijdens sollicitaties. "Die work-life-balans is bijna een voorwaarde geworden tijdens een sollicitatiegesprek", merkt Cornillie op. "Het is niet per se een slechte evolutie, maar ze kan soms te ver doorslaan." Tegelijk benadrukken de zaakvoerders dat ze op hun huidige team kunnen rekenen. Nieuwe medewerkers met een sterk afwijkende mentaliteit blijken soms moeilijker in die ploeg te passen.
Bouwstagiair van het Jaar 2026 
Holvoet werkt jaarlijks met stagiairs. Dit jaar werd stagiair Emiel Verstraete door Bouwunie bekroond tot 'Bouwstagiair van het Jaar 2026'. Volgens de zaakvoerders kwam hij met de juiste mentaliteit binnen. "Mensen zijn vandaag vaak ongeduldig en niet bereid om een bepaalde leercurve te doorlopen", vertelt Vandewege. Emiel deed dat wel. "Wanneer iemand binnenkomt met een frisse en gemotiveerde ingesteldheid, appreciëren we dat sterk." Vandaar de erkenning voor Emiel.
Jongeren hebben vandaag bovendien veel meer mogelijkheden om hun loopbaan en inkomen anders in te vullen dan via één klassieke voltijdse job, zoals flexi-jobs. "Sommigen gaan vier vijfde werken om te kunnen flexi-jobben. Dan stel ik mij de vraag: is dat het doel geweest van de invoering van flexi-jobs? Voor bedrijven die voltijdse contracten aanbieden, wordt het moeilijker om hun personeelsbestand gevuld te krijgen", kaart Vandewege aan.
Die krapte op de arbeidsmarkt beïnvloedt ook de manier waarop Holvoet zijn productie organiseert. De balans tussen automatisering, eigen vakmanschap en externe productie is daarbij niet eenvoudig. "Voor technische deuren doen wij alle engineering zelf. Idealiter zouden we ook alles zelf produceren, maar je botst op de realiteit van de arbeidsmarkt", benadrukt Vandewege. "Daarom moet onze eigen productie vooral flexibel zijn. We willen niet afhankelijk zijn van één product en snel kunnen schakelen." Als oplossing besteedt Holvoet delen van de productie uit aan gespecialiseerde partners die zich op hun eigen sterkte concentreren.
Voor jonge ondernemers en toekomstige schrijnwerkers hebben Vandewege en Cornillie vooral één boodschap: blijf proberen. "Vandaag lukt iets misschien niet, morgen misschien wel. Problemen horen bij ondernemen en vakmanschap. Niet het vermijden ervan, maar hoe je ermee omgaat, maakt het verschil. Veel hangt af van je motivatie, volharding en doorzettingsvermogen", besluiten de medezaakvoerders.