"Industrialiseren zonder vakkennis te verliezen"
Stabilame herdenkt houtbouw met hybride bouw en off-site productie
Voor Laurent Riche, CEO van Stabilame, betekent industrialiseren niet dat de mens door de machine wordt vervangen, maar dat een deel van het werk op de bouwplaats naar de fabriek verschuift. Het resultaat: een hogere kwaliteit, betere prestaties en betere arbeidsomstandigheden, op voorwaarde dat de flexibiliteit en de vakkennis behouden blijven.
Van familiebedrijf tot industriële speler
Stabilame, een familiebedrijf dat is uitgegroeid tot een geïntegreerde industriële speler, illustreert een ingrijpende evolutie in de Belgische houtbouw: automatisering, BIM, prefabricage, hybride bouwsystemen en een streven naar kortere ketens. Volgens Laurent Riche zal de ontwikkeling van de sector ook afhangen van een betere benutting van lokale kennis en grondstoffen en van een nauwere samenwerking tussen de verschillende spelers in de bouwsector.
Stabilame koestert zijn familiale identiteit, met aandacht voor mensen, vakmanschap en lokale verankering. Die identiteit staat industrialisering niet in de weg. Volgens Riche is industrialisering net noodzakelijk om bij de huidige arbeidskosten concurrerend te blijven.
Kenmerkend voor Stabilame is dat het bedrijf de hele keten in eigen beheer heeft, van ruw hout tot het opgeleverde gebouw, met ontwerpbureau, productie, assemblage en montage. Het bedrijf werkt met verschillende bouwsystemen: gelijmd of genageld CLT, kolom-balkconstructies, gelamineerd hout, houtskeletbouw, gestapelde balken en hybride oplossingen.
Deze diversiteit ondersteunt ook een diversificatiestrategie. Stabilame realiseert zijn eigen projecten en levert tegelijkertijd bouwpakketten aan professionals. "We willen niet al onze eieren in één mand leggen", vat Laurent Riche samen. Een strategie die deels is overgenomen van Menuiserie Riche, het familiebedrijf waaruit de groep is voortgekomen en dat van oudsher op professionals was gericht.
Processen automatiseren, niet mensen
De fabriek, verdeeld over twee nabijgelegen locaties, is sterk geautomatiseerd, maar Stabilame staat wantrouwig tegenover overmatige automatisering. Het doel is in de eerste plaats het werk van de medewerkers te verbeteren. De scanner die wordt gebruikt om het hout te sorteren, is daar een voorbeeld van: een taak die vroeger repetitief was – het één voor één controleren en markeren van de planken – wordt nu ondersteund door de machine. Het resultaat: minder fysieke belasting, meer precisie en een constantere kwaliteit.
Het bedrijf automatiseert daarom niet alleen afzonderlijke werkposten, maar ook de processen ertussen. In de houtindustrie maakt de diversiteit aan projecten een volledige automatisering namelijk moeilijk. Stabilame moet kunnen schakelen tussen een gebouw van enkele duizenden vierkante meters en zeer specifieke constructies, zoals huizen met een houten skelet of onderdelen voor speciale projecten.
"Het juiste materiaal op de juiste plaats, door bouwsystemen te combineren"
Deze flexibiliteit is gebaseerd op een grondige digitale voorbereiding. Stabilame werkt al zo’n twintig jaar met BIM. De modellen van de architecten worden verwerkt, opgeschoond en aangepast aan de productiebehoeften. Met 3D kunnen de interacties en details van een project beter worden gevisualiseerd en kunnen machinebestanden rechtstreeks worden gegenereerd. Een ERP-systeem houdt bovendien de productiegegevens en gewerkte uren bij. Maar technologie is geen vervanging voor vakkennis. "Hout is een levend materiaal", benadrukt Laurent Riche. Kennis van het materiaal, de bewerkingen en de verbindingstechnieken blijft essentieel.
Het juiste materiaal op de juiste plaats
Stabilame kiest nadrukkelijk voor een hybride aanpak. Het gaat er niet om houtskeletbouw en CLT als concurrerende systemen tegenover elkaar te plaatsen, maar om elk systeem in te zetten waar het het meest geschikt is. "Het juiste materiaal op de juiste plek, bouwsystemen combineren", vat Laurent Riche samen.
Volgens hem vormt noch volledige houtskeletbouw, noch uitsluitend kolom-balkbouw of CLT een universele oplossing. CLT heeft zijn plaats in bepaalde configuraties, maar er moet ook rekening worden gehouden met het houtverbruik. De toekomst ligt dus in hybridisatie: hout-hout met een mix van houten bouwsystemen, hout-staal of hout-beton, afhankelijk van de behoeften van het gebouw.
"We zouden er allemaal bij winnen als we meer samenwerken"
De beheersing van verschillende systemen helpt volgens hem ook om bepaalde vooroordelen over houtbouw te ontkrachten, met name op het gebied van brandwerendheid en akoestiek. Volgens de CEO zijn deze percepties nog te vaak gebaseerd op verwijzingen naar oude constructies, terwijl de huidige oplossingen het mogelijk maken om hoge prestaties te bereiken.
De bouwplaats terugbrengen naar de werkplaats
Als een van de ontwikkelingen die de sector het meest hebben veranderd, noemt Laurent Riche off-site-bouw en prefabricage. "Hoe meer we erin slagen de bouwplaats naar de werkplaats te verplaatsen, hoe winstgevender en efficiënter we zullen zijn", meent hij. Dat levert voordelen op voor de kwaliteit en doorlooptijd, maar ook voor de arbeidsomstandigheden. Werken op een verre bouwplaats betekent extra verplaatsingen, blootstelling aan het weer en een hogere fysieke belasting. In de werkplaats beschikken de medewerkers over hijsmiddelen, machines en een gecontroleerde omgeving. Deze ontwikkeling zou er ook toe kunnen bijdragen dat ervaren vakmensen in de sector blijven die niet langer dagelijks op de bouwplaats willen werken. Off-site bouwen heeft zo niet alleen een industriële, maar ook een sociale dimensie.
Off-site bouwen betekent echter niet dat elk project uit 3D-modules moet worden opgebouwd. Voor complexe of sterk op maat gemaakte gebouwen blijft de prefabricage van elementen relevanter. De uitdaging is dus om het industrialisatieniveau te kiezen dat bij het project past.
Laurent Riche benadrukt ook de noodzaak om overheidsopdrachten aan te passen aan off-site bouw. Een module kan vrijwel voltooid zijn wanneer deze op de bouwplaats aankomt, terwijl de betalingsmechanismen vaak gekoppeld blijven aan de voortgang van de werkzaamheden ter plaatse. Bedrijven moeten daarom een aanzienlijk deel van de productie financieren voordat ze worden betaald.
Twee markten, twee culturen
Stabilame past zijn model aan de regionale realiteit aan. In Wallonië en Brussel beschikt het bedrijf over eigen montageteams. In Vlaanderen levert het bedrijf meer bouwpakketten aan lokale vakmensen, om pragmatische redenen die met name te maken hebben met afstanden, mobiliteit en taal.
Volgens Laurent Riche verschillen ook de drijfveren van de klanten: in Wallonië wordt hout vooral geassocieerd met ecologie, lokale herkomst en biobased materialen; in Vlaanderen met design en snelheid.
Houtskeletbouw kwam in Vlaanderen historisch vroeger tot ontwikkeling. Volgens Riche heeft Wallonië op bepaalde technologische vlakken inmiddels een voorsprong genomen, met name wat betreft CLT en milieuvriendelijke benaderingen. Hij ziet vooral een verschil in professionele cultuur. De Vlaamse spelers zouden meer geneigd zijn om samen te werken en de waarde in hun regio te behouden, terwijl de Waalse sector meer gefragmenteerd zou blijven. "We zouden er allemaal baat bij hebben om meer samen te werken, al was het maar vanuit ecologisch en economisch oogpunt", meent hij.
Deze logica van samenwerking geldt ook voor projecten. Laurent Riche pleit ervoor om de houtbouwer vroeger bij het project te betrekken, naast de architect, het studiebureau en de opdrachtgever, bijvoorbeeld binnen een bouwteam. De architect brengt zijn visie op ruimtes en ontwerp in; het bedrijf zijn kennis van systemen, verbindingen en fabricage. Volgens de CEO worden de beste resultaten behaald wanneer dit team vroeg genoeg wordt samengesteld, met een gemeenschappelijk doel op het gebied van kwaliteit en budget.
Lokale grondstoffen als factor voor veerkracht
Stabilame geeft de voorkeur aan Belgisch hout (60 % van de aanvoer, tegenover 40 % uit Noord-Europa), gebruikt zijn houtafval om de fabriek te verwarmen en wekt een deel van zijn elektriciteit zelf op. Deze lokale verankering maakt het bedrijf weerbaarder tegen schommelingen in de bevoorrading en verbetert tegelijk zijn milieuprestaties, met name nu tools zoals Totem de impact van transport en materialen steeds meer meewegen. Een bijzonder relevant pluspunt voor overheidsopdrachten en projecten die erop gericht zijn hun CO₂-voetafdruk te verkleinen.
Vakkennis blijft cruciaal
Industrialisering vermindert de behoefte aan arbeidskrachten niet, maar verandert wel de competenties die bedrijven nodig hebben. Stabilame leidt zijn medewerkers grotendeels intern op. Volgens Laurent Riche had driekwart van de mensen in het bedrijf nog nooit eerder met hout gewerkt. De groep hecht daarom vooral waarde aan motivatie en leervermogen. Het blijft moeilijk om gekwalificeerde profielen aan te werven. Laurent Riche betreurt vooral de terugloop in opleidingen op het gebied van hout en de geringe waardering voor technische en ambachtelijke beroepen. De moderne fabriek komt echter niet meer overeen met het beeld van fysiek en repetitief werk: de operators werken met digitale machines, hijsapparatuur en geautomatiseerde systemen.
Drie veelbelovende markten
Voor de komende jaren ziet Laurent Riche drie grote groeimarkten: renovatie en optoppingen, collectieve en sociale huisvesting, maar ook de tertiaire sector, waar Wallonië nog een achterstand heeft ten opzichte van andere Europese landen.
Het lage eigen gewicht van hout is bijzonder interessant voor het optoppen van gebouwen, aangezien hierdoor meerdere verdiepingen kunnen worden toegevoegd met een beperkte belasting op de bestaande constructies. Door het woningtekort staat ook de snelheid waarmee nieuwe woningen kunnen worden gerealiseerd onder druk. Volgens Riche wordt het moeilijk om die vraag met traditionele bouwmethoden op te vangen. Juist daar kan off-site bouwen zijn volle waarde bewijzen.
Op weg naar een beter gestructureerde Belgische sector
Naast de commerciële kansen hoopt Laurent Riche dat er een beter gestructureerde Belgische sector ontstaat, die in staat is haar belangen te verdedigen, de beschikbare houtstromen beter op elkaar af te stemmen en meer toegevoegde waarde lokaal te behouden. Hij noemt Finland als voorbeeld van een beleid dat de ontwikkeling van een industriële houtketen rond de eigen bosrijkdom heeft bevorderd. Volgens hem beschikt ook België over bos-, industriële en menselijke hulpbronnen die beter benut zouden kunnen worden.
Het gaat om meer dan alleen bouwen met hout: de hele keten moet meer waarde uit het materiaal creëren. Industrialiseren en digitaliseren zonder vakkennis te verliezen, bouwsystemen combineren in plaats van ze tegenover elkaar te plaatsen en productie dichter bij grondstoffen en afzetmarkten brengen: daarin ligt volgens Laurent Riche een van de sleutels voor de toekomst van de Belgische houtbouw.