Ergonomie
Ergonomie is geen luxe, het is de basis om lang en gezond te kunnen werken. Je lichaam is je belangrijkste werkmiddel. Als houtbewerker verricht je fysieke arbeid: je tilt zware platen, staat lang recht, moet soms bukken of hoog reiken en doet veel dezelfde bewegingen. Dat lijkt normaal, maar als je niet goed let op je houding, kan je snel pijn krijgen aan je rug, knieën of schouders. Daarom is ergonomie zo belangrijk. Het betekent: werken op een manier die je lichaam minimaal belast.
Wanneer moet je extra goed opletten?
De houtbewerker beweegt veel, tilt zware dingen en werkt in allerlei houdingen. Soms merk je het niet meteen, maar die bewegingen kunnen snel tot pijn of overbelasting leiden als je niet goed oplet. Dit zijn situaties waarin je alert moet zijn:
- Heffen en tillen
- Je tilt iets dat te zwaar is.
- Het voorwerp is te groot om goed vast te houden.
- Je tilt met een verkeerde houding, bijvoorbeeld met een gebogen rug.
- Buig door je benen en hou het gewicht dicht bij je lichaam.
- Duwen en trekken
- Je duwt of trekt iets dat te zwaar of te groot is.
- Je gebruikt je rug of armen op een verkeerde manier.
- Hou je rug recht en gebruik je hele lichaam, niet alleen je armen.
- Draaien of torsen
- Je draait enkel je bovenlichaam, maar je heupen en benen blijven stil.
- Draai mee met je hele lichaam, zo vermijd je rugklachten.
- Werken op verschillende hoogtes
- Je werkt lang op je knieën of in gehurkte houding.
- Je werktafel staat te hoog of te laag.
- Je werkt lang boven je schouders.
- Zorg voor een juiste werkhoogte en wissel houdingen af.
- Herhaaldelijke bewegingen
- Je doet steeds dezelfde beweging met kracht (zoals iets klemmen of schuren).
- Je staat urenlang op dezelfde plek of je zit lange tijd stil aan een bureau.
- Beweeg regelmatig, neem korte pauzes en wissel je werk af
Let je niet op? Dan kunnen kleine pijntjes uitgroeien tot grote problemen.
Let je wel op? Dan leer je nu al goede gewoonten aan waar je je hele carrière als houtbewerker iets aan hebt.
Hoe werk je ergonomisch?
Niet tillen als het niet moet: Als je iets kan duwen of rollen in plaats van tillen, doe dat dan. Zo bespaar je je rug.
- Zet je voeten goed: Zorg dat je voeten aan beide kanten van wat je wil tillen staan. Zo sta je stevig en valt het zwaartepunt binnen het steunvlak van de voeten.
- Houd het voorwerp dicht bij je lichaam: Draag dingen zo dicht mogelijk tegen je buik. Dat is minder belastend voor je rug.
- Houd je rug recht: Een rechte rug is sterk. Zo bescherm je je wervels en krijg je minder snel rugpijn.
- Buig door je knieën, niet je rug: Je benen zijn 3 keer sterker dan je rug. Ga dus door je knieën als je iets optilt.
- Draai met je voeten, niet met je rug: Wil je naar een andere kant draaien met iets in je handen? Verplaats dan je voeten en draai dan met je hele lichaam, niet alleen met je rug.
- Til zware dingen samen: Is iets zwaarder dan 25 kilo? Vraag hulp en til het met z’n tweeën.
- Gebruik hulpmiddelen: Er bestaan karren en andere handige tilhulpmiddelen om spullen te verplaatsen. Gebruik die zoveel mogelijk.
- Pas je werkhoogte aan: Til bij voorkeur tussen je vuist en je elleboog. Niet boven je schouders of vanop de grond als dat niet nodig is.
- Zoek steun: Steun met je benen of arm ergens tegenaan als dat helpt bij het tillen. Zo ontlast je je rug.
Slimme hulpmiddelen helpen!
In de werkplaats zijn er veel hulpmiddelen om je werk lichter te maken:
- platenkarren of transpaletten,
- tilhulpen of hefarmen,
- verstelbare tafels (heftafels en schaarliften),
- exoskeletten (rugondersteuning),
- vacuümheffers voor plaatmateriaal,
- platenliften,
- slim geplaatste gereedschapskisten.
Maar het belangrijkste hulpmiddel ben jij zelf. Voel je dat iets niet goed zit? Pas het aan. Vraag raad. Dat is geen zeuren, dat is werken met gezond verstand.